In mijn onderzoek richt ik mij op het in kaart brengen van de biodiversiteit in stedelijke bodems rond bomen om beter te begrijpen welke rol die speelt in de vitaliteit van stadsbomen. Dit inzicht is essentieel voor het realiseren van een 'bodemslimme' en klimaatresistente stadsvergroening. Als onderdeel van het Thirsty Cities project ligt de focus op de impact van abiotische factoren, zoals droogte en het stedelijk hitte-eilandeffect op de microbiële gemeenschapssamenstelling. Om dit verder te onderzoeken, wordt er uit de bodemmonsters rond deze bomen DNA geëxtraheerd en afgelezen via de eDentity infrastructuur, wat dan resulteert in soortenlijsten (ASV-tabellen) van schimmels, bacteriën, invertebraten en andere eukaryote bodemorganismen. De relatieve impact van droogte en de functionele identiteit van de boom op de urbane microbiële bodemgemeenschappen wordt dan aan de hand van modellen onderzocht.
Trefwoorden
Metabarcoding, eDNA, bodembiodiversiteit, stadsecologie, droogte, bomen
Onderzoek
Op 23 maart 2026 startte ik met de bemonstering in Amsterdam, de eerste van de negen 'Thirsty Cities'-steden. In elke stad worden monsters genomen in de bodem van boomspiegels en parken bij vijf verschillende boomsoorten. Elk van deze boomsoorten verschillen in de soort van symbiose die ze aangaan met bodemorganismen, maar ook in hoe droogtesensitief of -resistent ze zijn.
Aan de hand van de stedelijk hitte-eiland effect kaart deel ik de stad op in drie categorieën om ook de invloed van een urbanisatie- en droogtegradiënt mee te nemen. In elke "hittecategorie" neem ik bodemmonsters van vijf boomspiegels per boomsoort. Ook in parken worden rond vijf bomen van elke boomsoort bodemmonsters genomen om de verschillen in bodembiodiversiteit tussen boomspiegels en parken te bestuderen.
Dit resulteert in 100 locaties per stad die volgens het eDentity protocol bemonsterd zullen worden, goed voor een geschat aantal bodemmonsters van 3500 voor DNA-analyse en 900 voor bodemanalyse.
